Het Achtvoudige Pad van Yoga

Het Achtvoudige Pad van Yoga (Ashtangayoga)

De vedische zieners hebben de heelheid van het leven ingedeeld in acht levensgebieden. Deze worden gedefinieerd vanaf de omgang met de buitenwereld, via de omgang met lichaam, geest en ziel, naar de ervaring van het eigen zelf. Hieronder vindt u de beschrijving van de acht levensgebieden, zoals die door Maharishi Patañjali in zijn ‘Yoga Soetra’ geformuleerd worden. Deze grote ziener, die vermoedelijk in de vijfde eeuw na christus in India leefde, wordt als de grondlegger van de Yoga filosofie beschouwd.

  1. YAMA betreft de omgang met de hele schepping. Yama betekent letterlijk „moeiteloze, natuurlijke controle“. Yama verwijst naar de zelfbeheersing van de mens in de omgang met alle wetten van de natuur. De wetten van de natuur reguleren de activiteiten van de hele schepping, waarvan het menselijk lichaam-geest-zielsysteem een onderdeel is. Yama heeft dus betrekking op de totaliteit, die beïnvloedt wordt door de manier waarop we denken, voelen, spreken en handelen. De toestand van Yoga, ofwel de toestand van volkomen integratie van individu en omgeving wordt aangetroffen wanneer een mens zijn leven in overeenstemming met de vijf aspecten van Yama leeft:
        Satya – Waarachtigheid
        Ahimsa – Geweldloosheid
        Asteya – Niet stelen
        Brahmacharya – Zelfstandigheid
        Aparigraha – Onthecht zijn
  2. NIYAMA betreft de omgang met onze eigen individualiteit, het management van ons eigen ziel-geest-lichaam systeem. Niyama staat dus voor een soort alomvattende innerlijke hygiëne en ethiek. De toestand van Yoga – volkomen integratie – wordt op het niveau van het individuele leven aangetroffen, wanneer we in overeenstemming met de vijf aspecten van Niyama leven:
        Shaucha – Zuiverheid
        Shantosha – Tevredenheid
        Tapas – Beheersing van de zintuigen
        Svadhyaya – Zelfonderzoek
        Ishvara Pranidhana – Overgave aan God
  3. ASANA betekent „zetel“, en verwijst naar ons lichaam als zetel voor onze ziel. Yoga wordt op dit niveau van het leven aangetroffen wanneer alle ledematen van het lichaam soepel, flexibel en krachtig functioneren in harmonie met elkaar. De dagelijkse verrichting van de lichaamsoefeningen, die Asana’s genoemd worden, helpen ons deze ideale toestand van functioneren te verwerkelijken.
  4. PRANAYAMA betekent controle over Prana, de universele Levensenergie. Chi, Ki, Kundalini zijn andere namen voor deze alomtegenwoordige Bio-energie. Aangezien we de levensenergie voornamelijk via het ademhaling proces tot ons nemen, betekent Yoga op dit levensgebied dat we de levensenergie in ons lichaam kunnen verhogen door de efficiëntie van onze ademhaling te verhogen. Ook kunnen we door middel van doelgerichte ademhalingsoefeningen, de prana, die we uit de lucht ontnemen leren sturen naar elk gewenst aspect van ons lichaam-geest-ziel-systeem.
  5. PRATYAHARA betekent „in de richting van voedsel“, en betreft het vermogen van onze zintuigen om voedsel en bevrediging te vinden door naar binnen te kijken in plaats van naar buiten, naar materiële objecten. Het naar buiten richten van de zintuigen kost energie. Het naar binnen richten levert energie. Yoga ofwel integratie op dit levensgebied wordt aangetroffen, wanneer we onze zintuigen moeiteloos onder controle kunnen houden, ook tijdens het genieten van uiterlijke objecten. Deze spontane beheersing kunnen we bereiken wanneer we ons realiseren dat de zintuigen nooit bevredigd kunnen worden door welke mate van uiterlijke prikkeling dan ook. Duurzame bevrediging vinden onze zintuigen alleen maar door ze naar binnen, in de richting van het zelf te sturen, en een deel van hun energie daar te houden, ook wanneer we de materiële wereld waarnemen.
  6. DHARANA betekent het focussen van onze geestelijke aandacht. Dharana kan ook vertaald worden als concentratie van onze geest op één punt. Het staat voor ons vermogen onze aandacht onder onze controle te houden. Yoga ofwel volledige integratie op dit levensgebied wordt aangetroffen, wanneer we onze aandacht naar believen kunnen sturen naar een object of gebied van onze keuze.
  7. DHYANA betekent verfijning, en verwijst naar het proces van verfijning van onze aandacht, de verfijning van onze mentale energie. In de praktijk betekent dhyana meditatie, want in de meditatie ervaren we de geleidelijke verfijning van onze geestelijke activiteit, zodat we fijnere, meer abstracte lagen van de werkelijkheid leren waar te nemen. Yoga op dit gebied wordt aangetroffen, wanneer we het vermogen hebben onze aandacht naar wens rustiger, subtieler en abstracter te maken. Hierdoor worden we in staat steeds abstractere, steeds subtielere objecten of aspecten van de werkelijkheid waar te nemen. Zo leren we steeds beter het absolute waar te nemen als ontstaansgrond voor het relatieve.
  8. SAMADHI betekent ‘evenwichtig intellect’, en heeft betrekking op een dusdanig rustig en helder werken van ons onderscheidingsvermogen, dat we onze absoute essentie kunnen ervaren. In de bewustzijnstoestand van samadhi ervaren we de eenheid van onze persoonlijke ziel met de ziel van het universum. Het individuele bewustzijn realiseert zich zijn kosmische aard. Samadhi staat dus eenvoudig voor de identificatie van het zelf met het Zelf. Wanneer onze geest en intellect gebalanceerd functioneren, ervaren we spontaan de ware aard van ons eigen bewustzijn. Yoga op dit gebied van bewustzijn wordt aangetroffen, wanneer het individu zijn absolute, onsterfelijke, eeuwige en gelukzalige essentie bewust wordt. In het begin is deze ervaring meestal van kortstondige aard, maar door herhaalde ervaring van de ontspannen toestand van lichaam, geest en ziel, ontwikkelt de kortstondige samadhi (kshanika samadhi) zich tot blijvende samadhi (nitya samadhi).

Patanjali wist dat het leven een holistisch fenomeen is. Daarom noemde hij zijn systeem „Ashtanga Yoga“: “De acht ledematen van de heelheid van het leven”. Ledematen is precies het juiste woord, aangezien wanneer het leven zich ontwikkelt, zich alle aspecten van het leven ontwikkelen. Precies zoals wanneer het lichaam zich ontwikkelt, zich alle ledematen ontwikkelen. Ons op het pad van yoga (vereniging, integratie) begeven, betekent dat we ons bewust zijn van de onderlinge betrokkenheid van de innerlijke en de uiterlijke aspecten van het leven. Het betekent verder dat we elke levenssituatie weten te benutten om te groeien in integratie, rijping en volwassenwording. We gebruiken elke ervaring om onszelf objectief waar te nemen, zowel wat betreft ons innerlijk als ons uiterlijk functioneren. Aan yoga doen betekent de intentie en de innerlijke ruimte hebben om ons eigen functioneren alsmaar te corrigeren en te verbeteren. Wanneer we ons lichaam-geest-ziel systeem voortdurend zuiveren en ontspannen, dan gaat het steeds weerstandslozer en moeitelozer functioneren. De weg van yoga – de weg naar volmaakte integratie van geest, lichaam en omgeving – is een weg van toenemende natuurlijkheid, charme en vervulling. Het is niet een weg van hard werken en discipline! Het is een kwestie van ontspanning en het oplossen van beperkende ervaringspatronen die we in ons verleden, in onze tijd van onwetendheid hebben opgedaan. Niet slechts in onze kindertijd maar ook in talloze vorige levens. Zo gauw we erin slagen de spanningen, dwangmatigheden en verkrampingen uit ons systeem te elimineren, is yoga, ofwel de toestand van geestelijke en lichamelijke volwassenheid een praktische werkelijkheid geworden. Zo eenvoudig is dat!

© Geproduceerd door Drs. Frans Langenkamp Ph.D. September 2010, Lelystad.
Voor lezingen, seminars en consulten over yoga, vedanta of vedische astrologie,
kunt u contact opnemen met Frans, tel: 0320 25 83 02.

Tagged with

Leave a reply